Eerste klacht tegen klachtenfunctionaris Akkerman

Wegens de belabberde e-mail wisseling met de klachten functionaris ( de klachten functionaris stuurde niet al mijn e-mail door naar de directie ! ) diende ik opnieuw een klacht in. U leest hier mijn klacht het verweer en mijn repliek. De zitting zal plaatsvinden op 13 mei 2013 de uisrpraak zal ik later hier onder zetten. Den Haag  18 maart  2013

erd,

HET VERWEER:

Rozendaal, 9 april 2013

 Geachte Prof. Hubben,

Op 21 maart 2013 ontving ik in goede orde de klacht van Dhr. de Beer. Ik zal puntsgewijs een reactie geven op de 7 klachtonderdelen van Dhr. de Beer, op de onderwerpen die mijn functioneren aangaan.

Klachtonderdeel 1:

De weergave van Dhr. de Beer is juist. Ik heb van hem diverse emails ontvangen waarbij Dhr. de Beer vraagt om een uitgetypt dossier. Gezien de gevoeligheid van de klacht, heb ik geïnformeerd bij de directie, kliniekmanager en een jurist van VVAA over het verzoek van Dhr. de Beer. Dhr. de Beer heeft reeds langere tijd het dossier in bezit en heeft niet eerder dit verzoek gedaan. Tevens is het dossier voor behandeling bij VVAA en DAS Rechtsbijstand, van beide partijen hebben wij geen opmerking ontvangen over de leesbaarheid van het dossier. Wij voorzagen een discussie over de juistheid van de uitgetypte versie. Uiteindelijk hebben wij aangegeven dat wij het dossier niet uittypen. In het gesprek met de directie op 1 maart 2013 (met Dhr. de Beer en zijn notuliste, Dhr. Arnoldy en ondertekende) is vastgesteld dat er geen discussie meer was over de compleetheid van het medisch dossier.

Er is ons geen verzoek van de IGZ of klachtencommissie gedaan om het dossier uit te werken in een getypte versie, omdat het origineel niet leesbaar zou zijn. Bijlage 1 is een overzicht van e-mails tussen Dhr. de Beer en mijzelf. Ik wil graag aangeven dat dik gedrukte onderdelen niet zo door mij zijn verzonden.

1 A:

Dhr. de Beer verwijst bij dit klachtonderdeel naar bijlage 2. Dit is uitdraai van een artikel  op de website http://sin-nl.org/index/actueel&nieuws-510. Ik vind, voor een oordeel in de klachtencommissie, deze bron niet betrouwbaar. Ik verwijs naar onderstaande wetgeving:

Burgerlijk Wetboek, Boek 7 Bijzondere overeenkomsten, Titel 7 Opdracht, Afdeling 5 De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 454, Artikel 455, Artikel 456.

Daarin is opgenomen dat een patient recht heeft op inzage van het dossier en op een afschrift. Aan beide eisen is voldaan.

 

1 B                         Zie 1A, zelfde onderwerp.

1 C                                         Betreft de zaak bij het regionaal Tuchtcollege tegen dr. van Ommeren. Hier heb ik geen rol en/of bemoeienis mee.

1 D                         zie bovenstaande

 

Tijdens de afwikkeling van de klachtenprocedure die Dhr. de Beer heeft ingediend bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg is aan de directie een aantal vragen gesteld. Voor de beantwoording hiervan is aan twee orthopedisch chirurgen uit de organisatie gevraagd het dossier te beoordelen op de geldende wet- en regelgeving en interne en externe richtlijnen op dit gebied. Zij beoordeelden allebei het dossier als compleet.

 Wanneer de commissie van mening is dat het uittypen van een medisch dossier in dit geval wel geïndiceerd is, zullen wij dat advies opvolgen. Graag vernemen wij in dat geval vooraf wie dhr. de Beer binnen de organisatie onafhankelijk en deskundig genoeg acht om deze taak uit te voeren, zodat daarover achteraf geen discussie kan ontstaan. Door alle partijen moet dan vastgesteld worden welke versie van dat moment definitief wordt gehanteerd in de verdere procedures.

 Klachtonderdeel 2

  • Dhr. de Beer geeft in zijn brief aan dat hij verwacht dat alle correspondentie betreffende de klachtenafhandeling binnen Medinova door de directie wordt gelezen. Dit onderwerp is reeds besproken in het overleg op 1 maart 2013. In dat gesprek is door de directeur al uitgelegd aan Dhr. de Beer dat er binnen Medinova gewerkt wordt met een functieafdeling. Het is aan het oordeel van de managers wanneer de directie geïnformeerd dient te worden. Het is aan de directie zelf om te bepalen welke onderliggende documenten zij zelf wil lezen. In het geval van Dhr. de Beer heeft dit ook zo gefunctioneerd.

 

  • Het citaat in de brief van Dhr. de Beer is onjuist en uit de context van het gesprek gehaald. Dhr de Beer gaf aan dat er geen enkele mogelijkheid bestaat de directie te bereiken. Ik heb aangegeven dat hij altijd een brief kan sturen aan het postadres van de klinieken.

 

  • Op de eerste werkdag (maandag 3 december 2012,) van Dhr. Arnoldy is hij direct door mij geïnformeerd over de klachten van Dhr. de Beer. De maanden daarna, tot op heden is er voortdurend overleg tussen de directeur en mijzelf over deze klacht.  Ik bestrijd dus het beeld dat Dhr. Arnoldy niet op de hoogte zou zijn van de klacht van Dhr. de Beer.  Overigens is volgens afspraak (gemaakt in het gesprek op 1 maart) alle correspondentie en e-mails ter lezing aangeboden aan Dhr. Arnoldy.

 Klachtonderdeel 3

In de klacht zijn 3 onderwerpen beschreven:

  • Missend dossier stuk

Er bleek een brief in het dossier van Dhr. de Beer tijdens de hoorzitting te ontbreken. Dit is inmiddels aangevuld. Dhr. de Beer had deze brief wel in zijn bezit.

  • Het dossier vergelijken.

Het gesprek vond plaats, op verzoek van Dhr. de Beer, in een hotellobby. Dit leek mij niet de juiste plaats om een medisch dossier door te pluizen. Ik heb aangeboden het in de kliniek  alsnog te halen, maar dat was niet nodig voor Dhr. de Beer. Uiteraard staat het aanbod voor inzage in het originele dossier nog steeds.  In het gesprek is uiteindelijk ook vastgesteld dat er geen onduidelijkheid bestaat over de compleetheid van de dossiers van beide partijen.

  • Het is niet mijn verantwoordelijkheid als klachtenfunctionaris om een advies, van de klachtencommissie aan de directie, uit te voeren. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de directie en die is daar mee bezig op het moment. Dhr. Arnoldy onderhoudt persoonlijk en e-mailcontact met Dhr. de Beer over deze afhandeling. Ik heb daar geen bemoeienis mee, anders dan dat Dhr. Arnoldy mij op de hoogte houdt van de voortgang.

 Klachtonderdeel 4

In dit klachtonderdeel spreekt Dhr. de Beer over antidateren van correspondentie. Ik begrijp niet op welke correspondentie Dhr. de Beer doelt. Er zijn door mij geen brieven of e-mails geantidateerd.

 Klachtonderdeel 5:

Dhr. de Beer geeft aan dat ik niet reageer op inhoudelijke punten die in de klachtencommissie aan bod zijn geweest. Dat klopt. Ik heb geen enkele bevoegdheid om inhoudelijk op de uitspraak in te gaan. De overige vragen die Dhr. de Beer stelt gaan over de inhoud van het gesprek met de directeur. Dhr. de Beer verwacht vooraf  een uitkomst van dit gesprek, terwijl ik daar vooraf natuurlijk geen uitspraken over kan doen. Ik verwijs daarbij naar de vragen die Dhr. de Beer stelt in zijn “afvinklijstje”, bijlage 3 bij zijn klachtenbrief. Hierin geeft hij ook aan dat hij boos is dat ik niet verteld heb wie de nieuwe directeur is. Echter in vraag 7 noemt hij zelf de (voor)naam van de nieuwe directeur.

 Klachtonderdeel 6:

Ik heb Dhr. de Beer diverse malen uitgelegd dat er geen notulen zijn van de hoorzitting. Ik heb hierover ook contact opgenomen met de voorzitter van de klachtencommissie. De vraag over zijn eigen notulen, is een vraag aan de voorzitter van de klachtencommissie, daar zal ik niet op ingaan.

 Klachtonderdeel 7:

  • Dhr. de Beer neemt mij kwalijk dat ik diverse mails na de hoorzitting niet heb doorgestuurd aan de klachtencommissie. Ik heb Dhr. de Beer diverse malen laten weten dat het niet mogelijk is achteraf over de uitspraak in discussie te treden. Dit is ook bevestigd door de voorzitter van de klachtencommissie nadat hij deze e-mails ook persoonlijk had ontvangen van Dhr. de Beer.

 

  • Dhr. de Beer had de beschikking over dezelfde stukken voor de hoorzitting van de klachtencommissie als de leden van de commissie. Zijn twijfels hierover hoor ik voor het eerst en heeft hij niet uitgesproken tijdens de behandeling van zijn klacht in de hoorzitting.

 

  • Daarnaast gaat Dhr. de Beer in zijn klachtenbrief, punt 7, in op de inhoud van de uitspraak van de klachtencommissie. Ik zal hier niet op reageren.

 

  • De keus om beide partijen separaat te horen in de klachtencommissie, is een keuze van de klachtencommissie. Daar heb ik geen bemoeienis mee. Dit geldt ook voor de samenstelling van de commissie, dit ligt buiten mijn bevoegdheden. Ook is het een keus van de commissie zelf om wel of niet een geluidsopname te beluisteren.

Tot slot:

Deze hele casus kenmerkt zich door een zeer moeizame communicatie tussen de organisatie/mijzelf en Dhr. de Beer. In mijn loopbaan als klachtenfunctionaris heb ik zo’n moeizame communicatie in de klachtenafhandeling niet eerder ervaren. Het doel van de organisatie (en dus ook mijn doelstelling) is om klachten zo snel en zorgvuldig mogelijk af te handelen. Bij de klachtenprocedures die zijn gestart door Dhr. de Beer bij de klachtencommissie, de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de aansprakelijkheidskwestie bij VVAA en procedure bij de firma van de ankers, heeft de organisatie waar mogelijk altijd getracht zo veel mogelijk medewerking te verlenen . Ik betreur dat Dhr. de Beer dit blijkbaar niet zo heeft ervaren. Dat het bespoedigen van de afhandeling niet automatisch betekent dat Dhr. de Beer op alle punten in zijn gelijk wordt gesteld, mag en kan Dhr. de Beer mij, gelet op mijn taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden als klachtenfunctionaris, niet aanrekenen.

Door het versturen van deze klacht voor de Onafhankelijke Klachtencommissie over mijn werkwijze, zal ik me per direct, voor deze zaak, terug trekken als secretaris van de Onafhankelijke Klachtencommissie.Medinova zal voor het voeren van de correspondentie en ondersteuning in de eventuele hoorzitting, een plaatsvervanger benoemen.

 Met vriendelijke groet, Willemijn Akkerman – NagelKwaliteitsmanager en klachtenfunctionaris Medinova.

Notulen hoorzitting onafhankelijke klachtencommissie Medinova  gehouden op 13 mei  2012 In de kliniek Medinova  Rosendaalselaan 30 te Rozendaal 18 :30

 Het betreft een hoorzitting waarin de klachten van dhr. P. de Beer ingediend over mevrouw W.Akkerman worden behandeld. Dhr. de Beer heeft zijn klachten schriftelijk ingediend daarop is een verweer gevolgd van Akkerman. De Beer reageerde met een repliek en Akkerman heeft een dupliek verzonden.

De commissie leden zijn de voorzitter Prof Mr. J.H Hubben, Prof. Dr. P.M.N Werker en Dr. L.P.A de Bom.

 De voorzitter verwelkomt de aanwezigen en deelt mee welke stukken er zijn ingebracht.Dit zijn buiten de ingediende klacht van de Heer de Beer en het verweer, de repliek en dupliek ook nog wat nagezonden stukken van de Beer o.a een rapportage van de Igz 18-02-2013.

De voorzitter vraagt of er nog iets over het hoofd is gezien. De beer meldt dat er ook nog een stuk is nagezonden dat betreft diverse e-mail tussen dr. Vischjager en de Beer en verteld dat er geen tijd meer was om schriftelijk nog op de dupliek te reageren van mevrouw akkerman en zegt dit alsnog verwerk te hebben in een pleitnota.

 De voorzitter zegt dat daar de gelegenheid voor gegeven zal worden. En vraagt of er nog iets anders te melden is aan stukken. Akkerman deelt mee dat betreffende de tuchtzaak die door de Beer is gestart over van Ommeren nu ook een uitgetypte versie van zijn dossier is geleverd aan de Beer. De voorzitter heeft deze niet ontvangen de Beer heeft deze wel meegenomen en laat deze de Voorzitter zien.

 De voorzitter vraagt aan de Beer hoe het met hem gaat sinds de laatste hoorzitting in september 2012. De Beer antwoord dat er geen verbetering is van zijn medische klachten en veel medicatie te krijgen maar tot heden geen verbetering heeft wat resulteert in niet kunnen slapen en hij gemiddeld 15 tot 17 in de slaapkamer doorbrengt. Hij zal daar in de pleitnota op terug komen. Dhr Werker vraagt de Beer of hij baat heeft bij het gebruik van Tens en of de Beer nog kan werken de Beer vertelt van niet.

 De voorzitter geeft de Beer de gelegenheid zijn pleitnotities voor te lezen waarop mevrouw Akkerman nog opmerkingen kan maken. De Beer leest zijn pleitnotities voor ( bijlage 1 )

 Mevrouw Akkerman wordt om een reactie gevraagd en merkt als eerste op dat ze ook dingen hoort die geen betrekking hebben op haar rol als klachtenfunctionaris en heeft verder niets toe te voegen dan wat al in haar brieven is beschreven tenzij de commissie specifiek vragen  heeft over een bepaalde klacht.

De voorzitter vraagt Akkerman waarom het gesprek van 1 maart in een hotel lobby moest plaats vinden terwijl er genoeg tijd was dit beter te organiseren. Akkerman zegt dat dit soort gesprekken vaker gebeuren in het hotel. Het is de Beer voorgelegd om het gesprek in de Kliniek Zetienhoven of in het Airport hotel te houden en de Beer heeft gekozen voor het hotel. Akkerman zegt dat het haar geen goed idee leek om daar met een medisch dossier te gaan zitten en stelt dat de Beer er over begonnen was dat het dossier niet meegenomen was en ze alsnog heeft aangeboden om het te gaan halen en de Beer daar niet verder op is ingegaan. De voorzitter vraagt of het nu niet ongelukkig gekozen is om als je in een hotel afspreekt dit in zo een lobby te doen. Akkerman antwoord dat ze dit zo gewend zijn om te doen en dat dit tot nu toe nog niet echt problemen had opgeleverd, maar achteraf gezien het misschien handiger was geweest hier een aparte ruimte voor te reserveren.

 De voorzitter zegt dat in het begin van de zitting Akkerman gezegd heeft dat een paar dagen geleden nu wel het dossier wel overhandigd is aan de Beer en vraagt waarom dit nu zo lang heeft moeten duren nu de Beer allang om een leesbare versie had gevraagd. Akkerman antwoord dat ze het had overlegd met hun advocaat van de VVAA en die zeiden dat het geen verplichting was het is toen verder overlegd met Akkerman de chirurg en directie ze waren bang dat er discussie over zou ontstaan of het correct was . Akkerman verteld dat zij ook geen medicus is om dat over te typen er was dan ook geen gerechtigde functionaris om dat te doen. Akkerman zegt dat mijnheer van Ommeren ook helemaal niets meer te maken wilde hebben met het dossier en zo is er gezamenlijk overeengekomen om niet aan het verzoek te voldoen van de Beer om voor hem een leesbare versie uit te typen. De Beer wil hier op reageren.

 De voorzitter vraagt of er nog meer is dat Akkerman wil toevoegen Akkerman zegt dat alles gezegd is en een herhaling van zetten is. Akkerman voegt toe dat er veel in de klacht wordt gesproken over een passende oplossing die geadviseerd is maar dat dit niet onder haar verantwoordelijkheid valt.

 De voorzitter komt terug op de verwijzing van de Beer dat hij aangeschreven is met de vraag van Akkerman of de directie nog iets voor hem kan doen en vraagt de beer wat zijn antwoord is geweest. De Beer verwijst naar de complete e-mailwisseling die hij bij zijn klacht ingeleverd heeft dat hij de vraag heeft beantwoord aan Akkerman. De voorzitter herhaalt de vraag, de Beer verwijst weer dat de email wisseling compleet is met zijn antwoord en legt uit dat hij per e-mail de vraag heeft gekregen wat kan Medinova nog voor u doen? En hij gevraagd heeft of ze alvast een flink voorschot op de schade kunnen geven en over de passende oplossing te praten.

 De Beer zegt dat hij nog wilde inhaken op de laatste uitleg van Akkerman. De Beer haalt aan dat over het onleesbare dossier de commissie in de vorige hoorzitting had beoordeeld dat dit inderdaad een onleesbaar geheel was maar Akkerman stelt dat aan de verplichtingen is voldaan door een kopie te verstrekken de Beer blijft van mening dat het handschrift “hanenpoten”genoemd door de Beer onleesbaar is en dan niet aan de verplichting is voldaan. De Beer vindt dat de klachtencommissie een duidelijke uitspraak daarover heeft gedaan en een duidelijk advies heeft gegeven dit beter bij te houden. De Beer vervolgt en zegt dat de commissie dan terug gekoppeld krijgt dat de punten verbeterd gaan worden met een elektronisch patiënten dossier terwijl hij al maanden vraagt naar een leesbare versie maar hem dat wordt geweigerd. De Beer zegt: verder stelt Akkerman dat ze de kwestie  besproken heeft met “onze” advocaat De Beer zegt: dat het a) niet voorgelegd hoeft te worden aan een advocaat maar Akkerman in haar functie als klachtenfunctionaris als geen ander op de hoogte moet zijn dat een patiënt recht heeft een dossier in een voor hem leesbare versie te krijgen en b) het helemaal niet “onze “advocaat betrof maar contact is opgenomen met een advocaat van de VVAA  die de aansprakelijkheid behandeld over wat de Beer is gebeurd bij Medinova De Beer vindt dat heel iets anders dan in eerste instantie hem is geschreven, “ik heb het gevraagd aan een jurist “ De Beer stelt dat de advocaat van VVAA voor hem een tegenpartij is die geen schade wil uitkeren. De Beer zegt de commissie het Akkerman te verwijten om een jurist van VVAA die voor hem een tegen partij advies te vragen om hem wel of niet van een leesbaar dossier te voorzien. De Beer benoemd het een non argument dat hij het niet leesbaar krijgt omdat er anders vragen over komen.

De Beer vervolgt dat hij het laatste argument dat mijnheer van Ommeren niets meer met zijn dossier te maken wil hebben al helmaal belachelijk is, omdat die er juist nog heel veel mee te maken krijgt gezien het geschil dat de Beer bij het regionaal tuchtcollege heeft voorgelegd en de zaken die hij nog gaat indienen.

De Beer vraagt nu of de klachtencommissie zijn verzoek heeft bereikt dat hij heeft gevraagd om de hoorzitting in zijn regio te laten plaatsvinden. De voorzitter antwoord dat het verzoek de commissie bereikt heeft. De Beer zegt niet te snappen dat hij naar Rozendaal moet komen terwijl hij patiënt was in Zestienhoven en ook in die regio woont. De Beer verteld dat hij veel medicatie gebruikt en extra neemt voor een zitting en een autorit van twee uur niet verantwoord is. De voorzitter legt uit dat het om praktische redenen altijd in Rozendaal gehouden wordt ook voor patiënten die elders vandaan komen. De voorzitter zegt dat om praktische redenen niet mogelijk is daar van af te wijken maar daar tegenover wel staat dat er een reiskostenvergoeding geboden wordt. De Beer zegt dat hij niet kan inzien wat nu de zwaarwegende praktische redenen zijn, maar stelt dat hij ook zwaarwegende redenen heeft en dat is dat je eigenlijk niet mag autorijden met de medicatie die hij gebruikt en diverse keren moet stoppen onderweg omdat hij niet zeker is van zijn eigen rijgedrag. De voorzitter stelt dat hij antwoord heeft gegeven op de vraag van de Beer en rond dit punt af.

De voorzitter haalt de brief van de Igz aan. De Beer vraagt of er meerdere versies zijn. Er zijn geen andere versies bekend. De Beer zegt dat hij in de dupliek van Akkerman leest dat twee chirurgen uit de organisatie het medisch dossier van de Beer als compleet beschouwden terwijl in zijn uitspraak de Igz rapportage mee gaat met de commissie dat het een slordige incomplete indruk maakt. De Beer zegt geen andere rapportage of terugkoppeling te hebben gezien waarin de Igz onderstreept wat Akkerman zegt.

De voorzitter vraagt Akkerman hoe het zit. Akkerman zegt dat er is correspondentie met de Igz is geweest en dhr. Arnoldy en van Ommeren op bezoek zijn geweest bij de Igz om over deze casus te praten en de Igz aan Arnody heeft gevraagd het dossier te beoordelen of dat compleet was. Arnoldy voelde zich niet bevoegd omdat hij geen specialist is. Akkerman zegt: We hebben toen voorgelegd om het een andere arts te laten beoordelen, maar dan moest er toestemming gevraagd worden aan de Beer. Toen is het voorgelegd aan behandelaren die de Beer al onder behandeling hadden en die hebben teruggekoppeld dat het dossier compleet was. Akkerman zegt dat zij daar verder niet over gaat.

De Beer zegt dat als Akkerman er niet overgaat ze dit ook niet hoeft aan te halen in haar dupliek. De Beer zegt vervolgens dat niemand zijn dossier kon beoordelen als compleet omdat de e-mail van dr. Vischjager ontbrak aan het dossier, foto’s van zijn kraakbeen dat uitpuilde er ontstaat enige discussie Akkerman zegt: ik heb niet gezegd dat ook de Igz het als compleet heeft beoordeeld we hebben nog geen reactie terug ontvangen. De voorzitter stelt dat het verder niet van belang is. Akkerman zegt dat dit ook niet verder haar verantwoordelijkheid betreft wat de artsen er van vinden.

De Beer haalt het punt aan dat hij het frappant vindt dat er misschien veel zaken zijn die niet onder de verantwoordelijkheid vallen van Akkerman maar ze wel de zitting opent met het attenderen van de commissie op het feit dat de Beer nu een paar dagen terug vlak voor de zitting ineens wel zijn geschreven patiënten dossier heeft ontvangen. De Beer stelt dat hij de getypte versie  heeft gekregen van de advocaat van dr. van Ommeren nu hij een klacht heeft ingediend bij het medisch tuchtcollege deze manier van ontvangen ook een zaak is tussen hem en dr. Van Ommeren.

De Beer zegt dat de klacht over Akkerman daarmee niet is afgedaan omdat hij haar maanden heeft moeten vragen om de leesbare transcripties en ze hem dit telkens geweigerd heeft, nu het via de advocaat Ommeren is gekomen om een klacht bij het tuchtcollege in te laten trekken vindt de Beer niet dat de klacht over Akkerman op dit punt dan kan vervallen. De voorzitter zegt dat het hem duidelijk is dat het te lang geduurd heeft maar het is in ieder geval van belang voor de commissie dat er kennis is genomen dat de leesbare versie er nu wel is.

De voorzitter wil afronden en vraagt of er nog vragen zijn. De Beer stelt dat zijn vraag uit de voorgelezen pleitnotities niet is beantwoord. De voorzitter vraagt de Beer waar hij op doelt. De Beer zegt dat hij aan het eind van zijn pleitnota heeft gevraagd of het waar is wat Akkerman in het gesprek met Arnoldy hem vertelt heeft met betrekking tot het beluisteren van de bewijslast die de Beer de vorige hoorzitting heeft ingebracht. De Beer stelt dat hij de vorige zitting heeft moeten verlaten en de commissie hem gezegd had daarna gezamenlijk de geluidsopname te gaan beluisteren. Tijdens het gesprek met Arnoldy heeft Akkerman gezegd dat de hele cd niet beluisterd is. De Beer zegt dat één van twee partijen hem niet de waarheid verteld de drie commissie leden of mevrouw Akkerman.

De voorzitter zegt dat hij geen antwoord geeft en verwijst naar zijn uitspraak en zegt niet in discussie te treden over de uitspraak. De Beer zegt dat dit geen discussie over de uitspraak betreft maar hij over Akkerman moet weten of ze tegen liegt of niet. De voorzitter zegt het in het midden te laten en de vraag niet te beantwoorden er wordt niet meer over eerdere beslissingen gesproken. De Beer kan zich hier niet in vinden en stelt nog een keer dat het hier niet gaat om een eerdere beslissing maar hij moet weten of hij Akkerman op deze uitspaak kan vertrouwen of dat hij Akkerman serieus moet nemen of haar niet serieus moet nemen één van de twee. De voorzitter zegt: zoals ik zei het ligt niet op de weg van mevrouw Akkerman daar mededelingen over te doen. De Beer stelt dat ze dat nu juist wel gedaan heeft en hij wil weten of die eerlijk was of niet.

De voorzitter vraagt of Akkerman een mededeling gedaan heeft. Akkerman antwoord: De Beer   heeft mij gevraagd in het gesprek van 1 maart of het is beluisterd en ik heb daar eerlijk antwoord op gegeven, ik kan moeilijk niks zeggen. De Beer zegt: dit eerlijke antwoord van Akkerman betekent in dit geval dat u mij heeft gezegd we gaan dadelijk zonder u op ons gemak de geluidsopname beluisteren en ik ben weggegaan en u niet zoals beloofd de band heeft beluisterd. De voorzitter zegt dat de conclusie van de Beer niet juist is maar de commissie tegen hem heeft gezegd we weten wat ons betreft voldoende voor het beoordelen van de klacht we zullen bekijken hoe we daarmee verder gaan of we nu wel of niet de opname nodig hebben voor de verdere beoordeling dat zullen we zelf beoordelen. De Beer zegt dat het hem zo niet vertelt is toen hij de deur uit ging de Beer zegt: de commissie heeft gezegd we gaan het dadelijk op ons gemak beluisteren. De Beer laat het erbij en wil de notulen overhandigen die hij de vorige keer zelf gemaakt heeft en overhandigd die aan dhr. Werker Dhr. Werker vraagt: waarom geeft u die speciaal aan mij. De Beer antwoord één exemplaar te hebben en er ook maar één getekend terug hoeft te hebben.. Dhr. Werker wil dat de Beer het aan de voorzitter geeft. De voorzitter zegt nog te bezien of ze de notulen willen gaan becomentarieren. De Beer zegt geen commentaar te hoeven maar alleen een paraaf als de notulen wat betreft de commissie juist geformuleerd zijn. De voorzitter zegt de notulen te hebben gezien als bijlage met een email. De Beer weet het niet meer maar heeft ze niet terug ontvangen.

De Beer zegt dat zijn andere niet beantwoorde vraag is naar wie hij in het vervolg zijn klachten moet richten of dat mevrouw Kapteijn is of dat Akkerman in de functie van klachtenfunctionaris blijft als de Beer zijn vervolg klachten over van Ommeren en Arnoldy wil indienen. De voorzitter zal dit na afloop van het gesprek met de andere leden bespreken en de Beer zal via mevrouw Kapteijn via e-mail antwoord krijgen als daar een oplossing voor is gevonden.

De voorzitter vraagt of de vervolg klachten op korte termijn zullen spelen. De Beer antwoord dat het er aan ligt aan wanneer hij de uitspraak over de klacht van Akkerman binnen heeft dan kan vrij vlot die van Arnoldy ingediend worden de klacht over van Ommeren zal de Beer aan werken

 De voorzitter vraagt mevrouw Kapteijn de reiskosten van de Beer te verzorgen en sluit de hoorzitting.

UITSPRAAK